De zaak betreft een cassatieberoep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam over de aanslag inkomstenbelasting en belastingrente voor het jaar 2013.
De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na gehoord te hebben de Procureur-Generaal, verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren op 2 februari 2018.