ECLI:NL:HR:2018:1416

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 september 2018
Publicatiedatum
3 september 2018
Zaaknummer
16/05332
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 417bis.1.a Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak schuldheling bankpassen en e.dentifier

Op 4 september 2018 heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte verworpen in een strafzaak over schuldheling van bankpassen en een e.dentifier. De zaak betrof de vraag of verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de goederen die hij in bezit had, afkomstig waren van een misdrijf.

Het cassatieberoep was ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2016. Namens verdachte diende advocaat B. Kizilocak een middel van cassatie in. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd gewezen door vice-president J. de Hullu en raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering.

Deze uitspraak bevestigt de eerdere beslissingen van lagere rechtspraak en sluit het cassatieproces af zonder inhoudelijke wijziging van de strafrechtelijke beoordeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor schuldheling.

Uitspraak

4 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/05332
DAZ/NA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 oktober 2016, nummer 22/001283-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B. Kizilocak, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
4 september 2018.