ECLI:NL:HR:2018:154

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2018
Publicatiedatum
6 februari 2018
Zaaknummer
17/02703
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 5.1.a UWArt. 28.3 UW
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling uitleveringsverzoek Bosnië en Herzegovina wegens oplichting

De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan Bosnië en Herzegovina wegens oplichting. De Rechtbank Gelderland verklaarde de uitlevering toelaatbaar op basis van de tenlastelegging in het strafdossier van het Banja Luka District Prosecutor's Office.

De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het bestreden vonnis voor zover het de feiten betreft waarvoor uitlevering werd toegestaan, met een verbeterde feitelijke omschrijving van de tenlastelegging, en verwerping van het beroep voor het overige.

De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet leidt tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar.

De uitspraak bevestigt dat aan de vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan en dat de feitelijke omschrijving van de tenlastelegging voldoende duidelijk is na ambtshalve verbetering door de Hoge Raad.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Bosnië en Herzegovina blijft toelaatbaar.

Uitspraak

6 februari 2018
Strafkamer
nr. S 17/02703 U
EGI/SSA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 mei 2017, nummer [001] , op een verzoek van de Republiek Bosnië en Herzegovina tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.De bestreden uitspraak

De Rechtbank heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de "Indictment" van "the Banja Luka District Prosecutor's Office - Field Office in Prijedor", "Indictment No. T13 1 KT 0001033 09, dated on 26 May 2015".

2.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de feiten waarvoor de uitlevering toelaatbaar is verklaard, tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering ter fine van vervolging ter zake van de in de tenlastelegging van het Arrondissementsparket te Banja Luka met het nummer T13 1 KT 0001033 09 van 26 mei 2015 onder 1 tot en met 10 vermelde feiten en tot verwerping van het beroep voor het overige.

3.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 februari 2018.