Uitspraak
1.De bestreden uitspraak
2.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
6 februari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan Bosnië en Herzegovina wegens oplichting. De Rechtbank Gelderland verklaarde de uitlevering toelaatbaar op basis van de tenlastelegging in het strafdossier van het Banja Luka District Prosecutor's Office.
De opgeëiste persoon stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Advocaat-Generaal adviseerde vernietiging van het bestreden vonnis voor zover het de feiten betreft waarvoor uitlevering werd toegestaan, met een verbeterde feitelijke omschrijving van de tenlastelegging, en verwerping van het beroep voor het overige.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel niet leidt tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het beroep wordt verworpen en de uitlevering blijft toelaatbaar.
De uitspraak bevestigt dat aan de vereiste van dubbele strafbaarheid is voldaan en dat de feitelijke omschrijving van de tenlastelegging voldoende duidelijk is na ambtshalve verbetering door de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan Bosnië en Herzegovina blijft toelaatbaar.