Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste en het tweede middel
3.Slotsom
4.Beslissing
18 september 2018.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van betrokkene tegen een hofuitspraak die het wederrechtelijk verkregen voordeel (w.v.v.) uit een hennepkwekerij op €58.640,14 had vastgesteld en geheel aan betrokkene had toegerekend. Betrokkene voerde aan dat hij slechts 30% van de opbrengst had genoten en dat het hof dit onterecht had verworpen.
Het hof baseerde zijn schatting op diverse bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van bevindingen, verklaringen van verbalisanten en betrokkene, en financiële overzichten. Het hof vond de verdeelsleutel van 40%/30%/30% niet aannemelijk en zag onvoldoende aanknopingspunten om kosten in mindering te brengen op het voordeel. Betrokkene stelde dat hij slechts een beperkt aandeel had en dat facturen deels voor een growshop waren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet zonder meer begrijpelijk had gemotiveerd waarom het gehele voordeel aan betrokkene was toegerekend, mede gelet op de aanwijzingen voor betrokkenheid van anderen en de door betrokkene aangevoerde verdeelsleutel. Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep.
De uitspraak benadrukt het belang van een duidelijke en begrijpelijke motivering bij de vaststelling van wederrechtelijk verkregen voordeel, vooral wanneer meerdere betrokkenen een rol spelen. De zaak zal opnieuw worden behandeld met aandacht voor de verdeling van het voordeel en de bewijsvoering daaromtrent.
Uitkomst: Het arrest van de Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering over de toerekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel.