Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de verwerping van het verweer dat de betrokkene (slechts) een bedrag van € 8.515,67 heeft verkregen, te weten een aandeel van 30% van de namens hem gestelde totale opbrengst uit de geëxploiteerde hennepkwekerij. Het
tweede middelbehelst een klacht over de motivering van het oordeel dat het gehele bedrag van het uit de hennepkwekerij verkregen voordeel aan de betrokkene moet worden toegerekend. De middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.
“De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
“Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (pagina 126 van het proces-verbaal genummerd PL27NM/13-029317) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van toelichting (pagina 127 van het proces-verbaal genummerd PL27NM/13-029317) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van toelichting (als bijlage 5 op pagina 9 van het proces-verbaal genummerd PL27NM/13-029317) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal verhoor verdachte (als bijlage 5 op pagina 15-16 van het proces-verbaal genummerd PL27NM/13-029317) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als verklaring van [betrokkene 1] :
Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (als bijlage 11 op pagina 1-2 van het proces-verbaal genummerd PL27NM/13-029317) voor zover inhoudende – zakelijk weergegeven –als relaas van opperwachtmeester der Koninklijke Marechaussee [verbalisant 1] :
In totaal 17 betalingen door het GWK zijn overgemaakt namens een persoon die zich legitimeerde als [betrokkene] ;
In totaal €3599,15 is overgemaakt;
Alle betalingen hebben plaatsgevonden in de periode van 9 maart 2012 t/m 20 juli 2012;
[betrokkene] 16 maal als adres [a-straat 1] te Arnhem heeft opgegeven;
[betrokkene] 11 maal de betaling voor [betrokkene 1] heeft gedaan met het adres [a-straat 1] te Arnhem.
13 betalingen, betalingen betreffen van schuldeisers van [betrokkene 1] , met als adres [a-straat 1] te Arnhem.
De verklaring van [betrokkene] afgelegd ter terechtzitting van het hof d.d. 8 maart 2017, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
“opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, aanhef en onder B van de Opiumwet gegeven verbod”. Noch deze kwalificatie, noch de in de aantekening mondeling vonnis vermelde opsomming van toegepaste wetsartikelen, bevat een aanwijzing dat de politierechter de betrokkene heeft veroordeeld voor een vorm van deelneming als medeplegen of medeplichtigheid. Wel heeft dezelfde politierechter op dezelfde dag ook de ontnemingsvordering tegen de betrokkene behandeld en daarbij kort gezegd geoordeeld dat 30% van de opbrengst uit de op [a-straat 1] te Arnhem aangetroffen hennepkwekerij aan de betrokkene ten goede is gekomen. De uitspraak van de politierechter in de ontnemingszaak houdt onder meer in dat
“in het rapport van de Marechaussee met bijlagen [..] voldoende aanwijzingen naar voren [komen] die aannemelijk maken dat veroordeelde betrokken is bij de oogst van 684 planten van een kwekerij van [betrokkene 1] en hiervan voordeel heeft genoten.”Tot een aandeel van 30% van de totale opbrengst is de politierechter gekomen (mede) op grond van een handgeschreven notitie die bij een doorzoeking van de woning van de betrokkene is aangetroffen en die in het genoemde rapport van de Marechaussee is opgenomen.
“wij”) voor een totaalbedrag van € 54.000,- heeft geoogst (bewijsmiddel 6). In zijn hiervoor onder 4 weergegeven overwegingen heeft het hof eveneens vooropgesteld dat [betrokkene 1] is gehoord over de aangetroffen hennepkwekerij en daarbij heeft verklaard dat deze van hem is en dat hij deze ongeveer twaalf weken heeft gehad. Deze door het hof kennelijk voor juist gehouden én redengevend geachte feiten en omstandigheden laten zich moeilijk anders begrijpen dan dat klaarblijkelijk naast de betrokkene ook [betrokkene 1] – in elk geval tot op zekere hoogte – betrokken is geweest bij de aangetroffen hennepkwekerij en bij de ene oogst waarvan het hof is uitgegaan.
“op papier”heeft gezet. De raadsman van de betrokkene heeft ter verdediging eveneens gewezen op bij de betrokkene gevonden handgeschreven aantekeningen die zijn opgenomen in het genoemde rapport van de Koninklijke Marechaussee. De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat dit
“het enige concrete [is] op grond waarvan je het aannemelijk kunt achten dat er voordeel is genoten.”
“stekken”, zodat om die reden niet onwaarschijnlijk is dat de notitie enig verband houdt met het telen van hennep. Daarnaast behelst deze notitie een totaalbedrag van € 54.643,-. Dat bedrag benadert de door het hof geschatte totaalopbrengst uit de onderwerpelijke hennepkwekerij van € 58.640,14. Voorts houdt het geschrift in dat gelden worden verdeeld onder
“ [betrokkene] ”,
“ [betrokkene 1] ”en
“ [betrokkene 2] ”, waarbij gevoeglijk kan worden aangenomen dat ‘ [betrokkene] ’ de afgekorte voornaam van de betrokkene betreft. Als gezegd is het hof er in de bestreden uitspraak van uitgegaan dat ook [betrokkene 1] een zekere betrokkenheid bij de aangetroffen hennepkwekerij had. Op het eerste gezicht lijkt niet onwaarschijnlijk dat dit de in de notitie genoemde ‘ [betrokkene 1] ’ betrof.
“niet aannemelijk [is] geworden”dat de aangetroffen notitie zag op de oogst van hennep in de op [a-straat 1] te Arnhem aangetroffen hennepkwekerij. Niet kan worden volgehouden dat de nadere motivering van dit oordeel in de bewijsmiddelen ligt besloten. Tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde omstandigheden en mede in het licht van het andersluidend oordeel van de politierechter en hetgeen ter terechtzitting door de verdediging is aangevoerd, is ‘s hofs oordeel zonder nadere, inhoudelijke, motivering – welke ontbreekt – in mijn ogen niet begrijpelijk.
niet aannemelijk” terzijde stellen van de door de verdediging gestelde verdeling van de opbrengst, heeft het hof daarmee niet nader gemotiveerd waarom naar diens oordeel aan de betrokkene de
geheleopbrengst van de hennepkwekerij ten goede is gekomen. Gelet op de door het hof vastgestelde betrokkenheid van [betrokkene 1] en in aanmerking genomen het door de verdediging gevoerde verweer, behoefde de toerekening van de gehele winst aan de betrokkene als door hem daadwerkelijk verkregen voordeel mijns inziens zo een nadere motivering wel. De enkele omstandigheid dat de bijdrage van [betrokkene 1] aan het grondfeit naar het oordeel van de politierechter wellicht niet als medeplegen was aan te merken, althans dat op grond van diens aantekening mondeling vonnis niet is uitgesloten dat de politierechter de betrokkene als pleger heeft veroordeeld, maakt dit niet anders. Aangezien de bestreden uitspraak niet inzichtelijk maakt waarom [betrokkene 1] – ondanks zijn door het hof aangenomen betrokkenheid en het door de verdediging gevoerde verweer – niet eveneens als verkrijger van een gedeelte van de opbrengst moet worden beschouwd, [8] is ’s hofs beslissing mijns inziens zonder nadere motivering niet begrijpelijk.