Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 september 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte wist dat de aanhangwagen die hij in bezit had afkomstig was van een misdrijf, hetgeen relevant is voor het opzetheling-artikel 416 Sr Pro. De zaak kwam in cassatie na een arrest van het Gerechtshof Den Haag. De advocaat van verdachte stelde een middel van cassatie voor, maar de Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 18 september 2018. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.