ECLI:NL:HR:2018:1707

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
20 september 2018
Zaaknummer
17/06099
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in zaak WWB gemeente Den Haag

Belanghebbenden uit Den Haag hebben beroep in cassatie ingesteld tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB).

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld en geoordeeld dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit komt doordat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.

Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is op 21 september 2018 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren J. Wortel (voorzitter), A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

21 september 2018
Nr. 17/06099
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X1] en [X2]beiden te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 14 november 2017, nrs. 15/7545 WWB en 15/7546 WWB, betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag ingevolge de Wet Werk en bijstand.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de voorgestelde middelen geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de middelen klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.