ECLI:NL:HR:2018:1715

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
20 september 2018
Zaaknummer
18/02943
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk

De zaak betreft een beroep in cassatie van belanghebbende tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep over een verzoek tot herziening van eerdere uitspraken. De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hierin is bepaald dat de Hoge Raad alleen kennis kan nemen van cassatieberoepen tegen bestuursrechterlijke uitspraken indien dit wettelijk is toegestaan.

In deze zaak is geen wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in de gegeven omstandigheden. Dit is bevestigd door eerdere arresten van de Hoge Raad. Daarom verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Tevens acht de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.

De uitspraak werd gedaan door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018. Hiermee komt een einde aan de procedure in cassatie.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

21 september 2018
Nr. 18/02943
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 9 maart 2017, nrs. 15/7798 AW en 15/8085 AW, betreffende een verzoek tot herziening van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 4 september 2014, nrs. 14/1533 AW en 14/1534, en van 23 juli 2015, nrs. 15/480 AW en 15/481 AW.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als de onderhavige (zie HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516 en HR 9 oktober 2015, 15/03980, ECLI:NL:HR:2015:3007). Het beroep in cassatie dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.