ECLI:NL:HR:2020:54

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2020
Publicatiedatum
15 januari 2020
Zaaknummer
19/05090
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen meerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, die betrekking hebben op verzoeken tot herziening van eerdere uitspraken in belastingzaken.

De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin is bepaald dat cassatie tegen uitspraken van bestuursrechters alleen mogelijk is indien de wet dit uitdrukkelijk toestaat.

Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in deze context, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer19/05090
Datum17 januari 2020
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 6 juni 2019, nrs. 18/5897 AW en 18/5898 AW, betreffende een verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraken van de Centrale Raad van 4 september 2014, nrs. 14/1533 en 14/1534, 23 juli 2015, nrs. 15/480 en 15/481, 9 maart 2017, nrs. 15/7798 en 15/8085 en 30 augustus 2018, nrs. 17/3894 en 17/3895.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep als deze (zie HR 5 december 2014, nr. 14/05139, ECLI:NL:HR:2014:3516, HR 9 oktober 2015, nr. 15/03980, ECLI:NL:HR:2015:3007 en HR 21 september 2018, nr. 18/02943, ECLI:NL:HR:2018:1715). Het beroep in cassatie moet daarom niet‑ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2020.