ECLI:NL:HR:2020:54
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep niet-ontvankelijk
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen meerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep, die betrekking hebben op verzoeken tot herziening van eerdere uitspraken in belastingzaken.
De Hoge Raad beoordeelt de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie, waarin is bepaald dat cassatie tegen uitspraken van bestuursrechters alleen mogelijk is indien de wet dit uitdrukkelijk toestaat.
Omdat er geen wettelijke bepaling bestaat die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in deze context, verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en spreekt het arrest uit in aanwezigheid van de raadsheren en de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.