ECLI:NL:HR:2018:1718

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 september 2018
Publicatiedatum
20 september 2018
Zaaknummer
17/05689
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

In deze zaak betrof het een beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en bijbehorende boete en heffingsrente. Het beroepschrift in cassatie was namens een natuurlijke persoon ingediend, maar bevatte niet de wettelijk vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De griffier van de Hoge Raad heeft de indiener per aangetekende brief in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen. Deze termijn verstreek zonder dat het verzuim tijdig werd hersteld; een brief die op de dag na afloop van de termijn werd ontvangen, werd buiten beschouwing gelaten.

Op grond van artikel 6:6 Awb Pro verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er werden geen proceskosten opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 21 september 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.

Uitspraak

21 september 2018
Nr. 17/05689
Arrest
gewezen op het door
[A]te
[Q]ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 oktober 2017, nr. 17/00201, betreffende een navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroep in cassatie is volgens het beroepschrift ingesteld namens [X] te [Z].
Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 7 december 2017, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door de indiener van het beroepschrift in cassatie opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad de indiener van het beroepschrift in cassatie in de gelegenheid gesteld het verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen. Die termijn eindigde op 18 januari 2018.
Nu herstel van het verzuim niet tijdig heeft plaatsgevonden – de op 19 januari 2018 ter griffie van de Hoge Raad ontvangen brief wordt als te laat ingekomen buiten beschouwing gelaten –, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2018.