Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 december 2016. Namens de verdachte heeft advocaat J.J.E. Stout een middel van cassatie voorgesteld. De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof gehandhaafd. Het arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 25 september 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte is verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.