Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
2 oktober 2018.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift en passieve ambtelijke omkoping in verband met het frauderen met urenlijsten van taakgestraften bij een reclasseringsproject.
De verdediging stelde dat verdachte op de dagen dat taakgestrafte A volgens de urenlijst werkte, vrij was en dat zijn handtekening op de urenlijsten zonder zijn medeweten was vervalst door een medeverdachte. Dit standpunt was duidelijk, onderbouwd en voorzien van een ondubbelzinnige conclusie.
Het hof verklaarde het tenlastegelegde bewezen, maar gaf niet in het bijzonder de redenen aan waarom het van het verdedigingstandpunt afweek, in strijd met artikel 359, tweede lid, tweede volzin Sv. Dit motiveringsgebrek leidt tot nietigheid van het arrest.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.