ECLI:NL:HR:2018:1828

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
3 oktober 2018
Zaaknummer
17/00505
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep woningoverval met dodelijk slachtoffer

In deze zaak stond een woningoverval in Winterswijk centraal waarbij de mond en neus van een bewoner waren afgeplakt, wat heeft geleid tot diens overlijden. De verdachte, geboren in 1986, stelde zich in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 januari 2017. Namens hem diende zijn advocaat een schriftuur in.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard moest worden op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de verdachte klaarblijkelijk onvoldoende belang bij het cassatieberoep had en de klachten niet tot cassatie konden leiden.

Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, samen met raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, op 9 oktober 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en onvoldoende gronden.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/00505
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 5 januari 2017, nummer 21/003908-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.