ECLI:NL:HR:2018:186

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 februari 2018
Publicatiedatum
12 februari 2018
Zaaknummer
16/04180
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 68.1.b AWRArt. 69.1 AWRArt. 81.1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangifte omzetbelasting

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor feitelijk leidinggeven aan het opzettelijk doen van onjuiste aangifte omzetbelasting en het niet ter beschikking stellen van boeken, bescheiden of gegevensdragers. De verdachte betwistte onder meer de bewijsvoering en stelde dat de klacht niet ontvankelijk was.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten niet wezenlijk waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De klacht over het niet door de belastingrechter weerlegde vermoeden van onrechtmatigheid en het ontoereikend bewijs werden verworpen.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof en onderstreept het belang van het bewijsrecht en de toetsing van het feitelijk leidinggeven in fiscale strafzaken. Het beroep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor feitelijk leidinggeven aan onjuiste aangifte omzetbelasting.

Uitspraak

6 februari 2018
Strafkamer
nr. S 16/04180
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 juni 2016, nummer 21/003728-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1944.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 februari 2018.