Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
16 oktober 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor opzettelijk niet voldoen aan een ambtelijk bevel. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep was verdachte niet aanwezig, maar zijn raadsvrouwe verzocht ter zitting om aanhouding van de zaak vanwege de bijzondere omstandigheden rondom de geboorte van het tweede kind van verdachte en de ziekenhuisopname daarvan.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof heeft verzuimd om uitdrukkelijk en gemotiveerd te beslissen op het aanhoudingsverzoek van de raadsvrouwe. Dit is in strijd met de vereisten van artikel 329 en Pro 330 Sv en eerdere jurisprudentie. De Hoge Raad benadrukt dat een verzoek tot aanhouding door verdachte of diens gemachtigde kan worden gedaan en dat daarop een beslissing moet volgen nadat het Openbaar Ministerie is gehoord.
Gelet op het ontbreken van een gemotiveerde beslissing vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep. De zaak wordt aldus niet inhoudelijk behandeld in deze cassatieprocedure.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een beslissing op het verzoek tot aanhouding.