Uitspraak
1.De vordering van de Procureur-Generaal
c. de brief van de Procureur-Generaal d.d. 5 juli 2018 aan de betrokkene, waarbij zij in de gelegenheid wordt gesteld haar zienswijze naar voren te brengen op het al dan niet instellen van een vordering bij de Hoge Raad;
d. de brief van de advocaat van de betrokkene d.d. 24 juli 2018, met bijlage, aan de Procureur-Generaal, met de zienswijze als bedoeld onder c;