De Procureur-Generaal vorderde bij de Hoge Raad de herplaatsing van een rechter in de Rechtbank Noord-Holland voor 21,6 uur per week en het ontslag voor 7,2 uur wegens arbeidsongeschiktheid. De rechter was voorheen 28,8 uur per week werkzaam, maar een arbeidskundig onderzoek toonde aan dat 21,6 uur het maximaal haalbare was.
De Hoge Raad stelde vast dat op grond van artikel 46k, lid 1 en lid 5 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra) herplaatsing mogelijk is indien passende arbeid beschikbaar is, en dat ontslag kan volgen voor het meerdere aantal uren. Na raadkameronderzoek en bestudering van de overgelegde stukken concludeerde de Hoge Raad dat herplaatsing voor 21,6 uur passend is en ontslag voor de resterende 7,2 uur gerechtvaardigd.
De Hoge Raad besloot de rechter per 1 december 2018 te herplaatsen voor 21,6 uur en te ontslaan voor 7,2 uur. De betrokkene en de president van de rechtbank waren op de hoogte van het onderzoek, maar maakten geen gebruik van het recht om gehoord te worden. Het arrest werd gewezen door vijf raadsheren onder voorzitterschap van de vice-president.