Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting, maar het bezwaarschrift bevatte geen gronden en vermeldde geen e-mailadres. Het bezwaarschrift werd per e-mail verzonden door de gemachtigde van belanghebbende. De Heffingsambtenaar bevestigde ontvangst en vroeg via e-mail om aanvulling van de gronden, maar belanghebbende reageerde niet.
De Heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn. Het Hof oordeelde dat de gemachtigde impliciet kenbaar had gemaakt dat hij elektronisch bereikbaar was, zodat het bestuursorgaan bevoegd was om de termijn via e-mail te stellen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het verzenden van het bezwaarschrift per e-mail, het gebruik van het e-mailadres in andere procedures en communicatie met het bestuursorgaan voldoende zijn om elektronische bereikbaarheid aan te nemen. De klachten falen en het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.