ECLI:NL:HR:2018:1978

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
17/04596
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging managementovereenkomst en verplichtingen tot dossieroverdracht en betaling managementfee

De zaak betreft een geschil tussen ITPS (eiseres) en Intertrust (verweerster) over de beëindiging van een managementovereenkomst. Centraal staat de vraag of ITPS haar verplichting tot overdracht van dossiers mocht opschorten wegens het uitblijven van betaling van de managementfee door Intertrust.

De feiten en eerdere rechtspraak zijn vastgelegd in vonnissen van de rechtbank Den Haag en een arrest van het gerechtshof Den Haag, waarop de Hoge Raad zich baseert. ITPS stelde dat zij haar prestaties mocht opschorten vanwege tekortkoming van Intertrust in de betaling.

In cassatie heeft de Hoge Raad het beroep van ITPS verworpen, waarbij werd overwogen dat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienen. Tevens werd ITPS veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Het arrest bevestigt de uitleg van de overeenkomst en de volgorde van prestaties, waarbij geen reden was om de beslissing van het hof te vernietigen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van ITPS wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof Den Haag bevestigd.

Uitspraak

19 oktober 2018
Eerste Kamer
17/04596
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
ITPS (NETHERLANDS) B.V.,
gevestigd te Den Haag,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
INTERTRUST (CURAÇAO) B.V.,
gevestigd te Willemstad, Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van der Beek.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als ITPS en Intertrust.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/481658/HA ZA 15-117 van de rechtbank Den Haag van 25 maart 2015 en 27 januari 2016;
b. het arrest in de zaak 200.188.998/01 van het gerechtshof Den Haag van 27 juni 2017.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft ITPS beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Intertrust heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van ITPS heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt ITPS in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Intertrust begroot op € 6.575,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien ITPS deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, M.V. Polak en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
19 oktober 2018.