Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel in het principale en in het incidentele beroep
4.Beslissing
19 oktober 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een vervolg op eerdere procedures over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden na echtscheiding tussen de vrouw en de man. De kern van het geschil betreft de waardering van certificaten van aandelen die deel uitmaken van de huwelijkse voorwaarden.
De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, terwijl de man incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. Beide partijen hebben hun standpunten schriftelijk kenbaar gemaakt en de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Daarom heeft de Hoge Raad op 19 oktober 2018 het cassatieberoep van de vrouw en het incidenteel cassatieberoep van de man verworpen, waarmee de beschikking van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidenteel cassatieberoep en bekrachtigt het vonnis van het gerechtshof.