ECLI:NL:HR:2018:1981

Hoge Raad

Datum uitspraak
19 oktober 2018
Publicatiedatum
18 oktober 2018
Zaaknummer
17/05888
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 22 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwikkeling huwelijkse voorwaarden na echtscheiding betreffende waarde aandelen

De zaak betreft een vervolg op eerdere procedures over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden na echtscheiding tussen de vrouw en de man. De kern van het geschil betreft de waardering van certificaten van aandelen die deel uitmaken van de huwelijkse voorwaarden.

De vrouw heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, terwijl de man incidenteel cassatieberoep heeft ingesteld. Beide partijen hebben hun standpunten schriftelijk kenbaar gemaakt en de Advocaat-Generaal heeft geadviseerd tot verwerping van zowel het principale als het incidentele cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Daarom heeft de Hoge Raad op 19 oktober 2018 het cassatieberoep van de vrouw en het incidenteel cassatieberoep van de man verworpen, waarmee de beschikking van het gerechtshof werd bekrachtigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en het incidenteel cassatieberoep en bekrachtigt het vonnis van het gerechtshof.

Uitspraak

19 oktober 2018
Eerste Kamer
17/05888
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[de vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
[de man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie, verzoeker in het incidenteel cassatieberoep,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1.Het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 14/05588, ECLI:NL:HR:2015:3303 van de Hoge Raad van 13 november 2015;
b. de beschikking in de zaak 200.187.737/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 september 2017.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2.Het tweede geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De man heeft incidenteel cassatieberoep ingesteld. Het cassatierekest en het verweerschrift tevens houdende incidenteel cassatieberoep zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.L.C.C. Lückers strekt in zowel het principale als in het incidentele cassatieberoep tot verwerping.
De advocaat van de vrouw heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel in het principale en in het incidentele beroep

De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
in het principale en het incidentele beroep:
verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
19 oktober 2018.