Uitspraak
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende), tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 14 september 2017, nr. 16/00317, betreffende een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing van Waterschap Groot Salland.
Hoge Raad
Belanghebbende, X B.V., was in geschil met het dagelijks bestuur van het Gemeenschappelijk belastingkantoor Lococensus-Tricijn over een aan belanghebbende opgelegde aanslag in de zuiveringsheffing van Waterschap Groot Salland. Na eerdere procedures, waaronder een vernietiging en verwijzing door de Hoge Raad in 2016, werd de zaak opnieuw behandeld door het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen de uitspraak van het hof van 14 september 2017. Het dagelijks bestuur diende een verweerschrift in en stelde tevens incidenteel beroep in cassatie. Beide partijen dienden nog conclusies van repliek en dupliek, maar deze werden niet in behandeling genomen omdat ze na de termijn waren ingediend.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van partijen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De Hoge Raad verklaarde beide beroepen ongegrond en veroordeelde het dagelijks bestuur in de proceskosten van €1002 voor de rechtsbijstand van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart beide beroepen in cassatie ongegrond en veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten.