Belanghebbende huurt een onroerende zaak met opslagtanks die zijn aangesloten op het gemeenteriool, dat afvalwater afvoert naar de RWZI van Waterschap Groot Salland. In 2009 lekte vloeibare meststof Urean30 uit twee beschadigde tanks en kwam 1214 m³ in het riool terecht. Het Waterschap legde een zuiveringsheffing op over deze hoeveelheid.
Het geschil betrof of de heffing moest worden geheven over de totale hoeveelheid meststof die in het riool kwam, of slechts over het deel dat daadwerkelijk de RWZI bereikte. Belanghebbende stelde dat 715 m³ meststof uit het riool was verwijderd voordat het de RWZI bereikte, hetgeen het dagelijks bestuur betwistte.
De Verordening op de zuiveringsheffing stelt dat het belastbare feit het direct of indirect afvoeren op een zuiveringstechnisch werk is. Stoffen die uit het gemeentelijke riool worden verwijderd voordat zij de RWZI bereiken, mogen niet worden belast. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof een onjuiste rechtsopvatting had en vernietigde het arrest. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor nader onderzoek naar de mate waarin de meststof de RWZI heeft bereikt.
Het dagelijks bestuur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 29 april 2016 in het openbaar uitgesproken.