Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
6 november 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van winkeldiefstal. De politierechter had het vonnis mondeling uitgesproken en de bewijsmiddelen slechts summier vermeld in het proces-verbaal, zonder inhoudelijke weergave daarvan in het vonnis.
In hoger beroep werd door de raadsman van verdachte vrijspraak bepleit, waarbij werd aangevoerd dat verdachte geen intentie tot stelen had en dat zij de goederen wilde betalen. Het hof bevestigde echter het vonnis van de politierechter zonder de inhoud van de bewijsmiddelen nader te motiveren, hetgeen in strijd is met artikel 359, derde lid, Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat artikel 359, derde lid, Sv niet van toepassing is indien in hoger beroep vrijspraak is bepleit. Het hof had het vonnis alleen mogen bevestigen onder nadere motivering van de bewijsmiddelen. Omdat dit niet is gebeurd, vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling in hoger beroep.