ECLI:NL:HR:2018:2037

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2018
Publicatiedatum
1 november 2018
Zaaknummer
18/00617
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake vennootschapsbelasting 2012

Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland inzake de aanslag vennootschapsbelasting over het jaar 2012. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 januari 2018 uitspraak gedaan in deze zaak. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen deze uitspraak.

De Hoge Raad ontving het cassatieberoep en de daarbij ingediende klacht. Na het verstrijken van de termijn voor de motivering van het beroep in cassatie, diende belanghebbende nog een aanvullend geschrift in, maar de Hoge Raad heeft hieraan geen acht geslagen. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarop belanghebbende een conclusie van repliek indiende.

De Hoge Raad oordeelde dat de klacht niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was, omdat de klacht geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.

De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en sprak het arrest uit op 2 november 2018, gewezen door raadsheren Van Loon, Van Kalmthout en Faase.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

2 november 2018
Nr. 18/00617
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 16 januari 2018, nr. 17/00432, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nr. LEE 16/2969) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.
Na het verstrijken van de voor de motivering van het beroep in cassatie gestelde termijn heeft belanghebbende nog een geschrift ingediend. Op dit stuk slaat de Hoge Raad geen acht.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer P.M.F. van Loon als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 2 november 2018.