Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:2097

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2018
Publicatiedatum
13 november 2018
Zaaknummer
18/00451
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9.2 WVW 1994Art. 81.1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt kennis ongeldigverklaring rijbewijs uit omstandigheden

Verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld wegens het rijden terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof baseerde zich op het feit dat het besluit tot ongeldigverklaring per aangetekende en gewone brief aan verdachte was verzonden, dat het rijbewijs was ingeleverd bij het CBR, en dat verdachte zelf verklaarde zijn rijbewijs terug te hebben gestuurd zonder een nieuw rijbewijs te ontvangen.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, maar de Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt dat uit de concrete omstandigheden kan worden afgeleid dat een verdachte redelijkerwijs op de hoogte moet zijn van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs, en dat het beroep van verdachte in cassatie daarom verworpen wordt.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens rijden met ongeldig verklaard rijbewijs blijft in stand.

Uitspraak

13 november 2018
Strafkamer
nr. S 18/00451
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 januari 2018, nummer 22/003245-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 november 2018.