Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van de ontvankelijkheid
de Procureur-Generaal onder 3-4).
4.Beslissing
16 november 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de moeder cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende de beëindiging van de uithuisplaatsing van haar dochter. De gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering was verweerster in cassatie, maar is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.
De Procureur-Generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op grond van artikel 80a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat de moeder klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft dit standpunt gevolgd en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking is op 16 november 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheer M.V. Polak namens de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, G. Snijders en M.J. Kroeze.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of gegrondheid.