In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 juni 2017. Het betrof een aanslag voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over het jaar 2013 en de daarbij behorende beschikking inzake belastingrente.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten evident niet tot cassatie kunnen leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Het arrest is op 16 februari 2018 in het openbaar uitgesproken door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.