ECLI:NL:HR:2018:938

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 juni 2018
Publicatiedatum
14 juni 2018
Zaaknummer
18/00850
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:119 lid 1 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend tegen het arrest van 16 februari 2018. De Hoge Raad heeft dit verzoek beoordeeld op ontvankelijkheid en geconstateerd dat het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden bevat zoals bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek klaarblijkelijk niet tot herziening kan leiden en daarom geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal werd het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk verklaard.

Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, en werd openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard door de Hoge Raad.

Uitspraak

15 juni 2018
nr. 18/00850
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 16 februari 2018, nr. 17/02815, ECLI:NL:HR:2018:211.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De Hoge Raad is van oordeel dat het ingediende verzoek geen behandeling in cassatie rechtvaardigt omdat het klaarblijkelijk niet tot herziening van voormeld arrest en derhalve niet tot cassatie kan leiden, aangezien het verzoekschrift geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:119, lid 1, van de Awb behelst.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het verzoek niet-ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.