Uitspraak
[X]te
[Z], Slowakije (hierna: belanghebbende) tegen een brief van de griffier van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 13 maart 2018 (kenmerk BK-SHE 15/00791).
Hoge Raad
Belanghebbende diende bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch een verzoek om schadevergoeding in, waarop de griffier namens de voorzitter van de Belastingkamer reageerde met een mededeling dat de procedure reeds was afgesloten na een eerdere uitspraak van de Hoge Raad.
De Hoge Raad overwoog dat tegen een dergelijke mededeling in beginsel geen beroep in cassatie openstaat, tenzij sprake is van een uitzonderlijk geval, hetgeen hier niet het geval was.
Daarom werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werden geen proceskosten aan de zijde van partijen opgelegd.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard.