Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
4 december 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De verdachte werd veroordeeld voor het gewoonte maken van het verwerven en bezit van kinderporno, opgeslagen op acht gegevensdragers waaronder een externe harde schijf. Op deze harde schijf stonden naast strafbare beelden ook persoonlijke foto's van overleden familieleden en een vriend van de verdachte.
De verdachte verzocht om teruggave van de harde schijf vanwege deze persoonlijke foto's. Het hof oordeelde echter dat de harde schijf als geheel onttrokken moest worden aan het verkeer, omdat het technisch en praktisch niet haalbaar is om alleen de niet-strafbare bestanden te scheiden van de strafbare bestanden. Het hof motiveerde dit oordeel uitvoerig en wees op de beperkte opsporingscapaciteit en het risico dat strafbare bestanden verborgen kunnen zijn in ogenschijnlijk onschuldige bestanden.
Het cassatiemiddel richtte zich tegen het oordeel dat afzonderlijke bestanden op een gegevensdrager als afzonderlijke voorwerpen kunnen worden beschouwd voor beslagdoeleinden, hetgeen de Hoge Raad verwierp. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het oordeel van het hof over de onttrekking van de harde schijf voldoende gemotiveerd en begrijpelijk is. Het beroep in cassatie werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de onttrekking van de externe harde schijf met kinderporno aan het verkeer en verwerpt het cassatieberoep.