Conclusie
Nummer20/02313
eerste middelklaagt dat het hof een onjuiste betekenis heeft toegekend aan het bestanddeel “geautomatiseerd werk” aangezien daaronder niet een website kan worden begrepen.
Distributed Denial Of Service.De DDOS-aanval is de bekendste vorm van ‘verstikkingsaanvallen’ via het internet. Zo’n aanval bestaat uit het – typisch met behulp van een botnet – aansturen van een grote hoeveelheid computers (‘distributed’), zodat dat zij allemaal tegelijk een website te bezoeken. Het (beoogde) gevolg hiervan is dat de server van de aangevallen website de grote hoeveelheid verkeer niet meer aankan, ten gevolge waarvan de website die van deze server gebruik maakt niet meer toegankelijk is (‘denial of service’). [1] Het betreft een vorm van criminaliteit die de laatste jaren in opkomst zou zijn. [2]
Achtergrond artikel 138b Sr
Denial of service-aanvallen (dus: DOS-aanvallen). In de toelichting staat dat beoogd wordt dat dit type aanvallen onder het bereik van art. 138b Sr komen te vallen. Dit wordt in de toelichting als volgt verwoord:
Art. 80sexies Sr.
NJ2013, 468, m.nt. Reijntjes) vernietigde de Hoge Raad een vrijspraak ter zake van art. 138a omdat het hof onterecht had overwogen dat een router geen geautomatiseerd werk betrof. In zijn arrest ging de Hoge Raad nader in op de wetsgeschiedenis:
Art. 138a, eerste lid, (oud) Sr en art. 80sexies Sr zijn gewijzigd bij de Wet van 1 juni 2006 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met nieuwe ontwikkelingen in de informatietechnologie (computercriminaliteit II, Stb. 2006, 300), voor zover thans van belang in werking getreden op 1 september 2006.
NJ2021, 152) verder nog dat ook identificatiekaartlezers voor internetbankieren kunnen worden aangemerkt als een geautomatiseerd werk. In de feitenrechtspraak en literatuur is daarnaast nog aangenomen dat ook chips (in een praktische toepassing bijvoorbeeld een OV-chipkaart) een geautomatiseerd werk in de zin van art. 80sexies Sr zijn. [14]
hardware.Het gaat in alle gevallen niet om
software,zoals computerprogramma’s, of – voor onderhavige casus relevant – websites. Dit onderscheid lijkt in de gepubliceerde feitenrechtspraak ook, op een enkele uitzondering na, te worden volgehouden. [15]
hardwareook naar voren komt in de wijziging van art. 80sexies per 1 maart 2019. Dit artikel luidt per 1 maart 2019:
Toepassing op de onderhavige zaak
“primair
tweede middelklaagt dat het hof op onjuiste gronden de onttrekking aan het verkeer heeft bevolen van de computer van de verdachte, althans dat het onvoldoende gemotiveerd is afgeweken van een verweer van de raadsman van de verdachte over dit punt.