ECLI:NL:HR:2018:2283

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 december 2018
Publicatiedatum
10 december 2018
Zaaknummer
17/00985
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 7.1.a WVW 1994Art. 8.2.a WVW 1994
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vervolging verdachte ondanks strafbeschikking tegen medeverdachte bij rijden onder invloed en doorrijden na ongeval

De zaak betreft een verdachte die werd vervolgd voor rijden onder invloed en doorrijden na een verkeersongeval. De verdachte stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat een medeverdachte al via een strafbeschikking was vervolgd voor hetzelfde feit.

Het hof had het verweer van de verdachte ten onrechte in het kader van het vertrouwensbeginsel beoordeeld. De Hoge Raad oordeelde dat de enkele omstandigheid dat een medeverdachte strafbeschikking ontving, niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Dit strookt niet met het strafprocesrechtelijke uitgangspunt dat de werkelijke dader in beginsel vervolgd moet kunnen worden, ook als een ander al is gestraft.

De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 11 december 2018.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat vervolging van verdachte ondanks strafbeschikking tegen medeverdachte is toegestaan.

Uitspraak

11 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/00985
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 6 februari 2017, nummer 21/000585-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman en S.D. Groen, advocaat te Utrecht, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 december 2018.