Uitspraak
gevestigd te Sint Maarten,
wonende te Sint Maarten,
gevestigd te Sint Maarten,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
14 december 2018.
Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een inleidend verzoekschrift kan worden aangemerkt als ingebrekestelling in het kader van een borgtocht op Sint Maarten. Pavlik International N.V. had [verzoeker 2] aangesproken tot betaling van een hoofdsom met wettelijke rente. Het gerecht in eerste aanleg en het hof hadden de vordering toegewezen en het vonnis bekrachtigd.
De Hoge Raad heeft overwogen dat op grond van artikel 6:82 lid 2 BW Pro Sint Maarten een ingebrekestelling kan plaatsvinden door een schriftelijke mededeling waarin de schuldenaar aansprakelijk wordt gesteld, indien aanmaning nutteloos is. Het hof had geoordeeld dat het verzoekschrift aan deze eisen voldeed, omdat uit de houding van de borg bleek dat aanmaning nutteloos zou zijn.
De Hoge Raad vond deze uitleg niet onjuist of onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. De overige klachten werden eveneens afgewezen zonder nadere motivering. De Hoge Raad veroordeelde de verzoekers tot betaling van de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de verzoekers worden veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.