Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.De conclusie van de Advocaat-Generaal
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
18 december 2018.
Hoge Raad
De aanvrager verzocht herziening van een verstekvonnis van de kantonrechter wegens onverzekerd rijden met een bedrijfsauto op 20 april 2017. De kantonrechter had de aanvrager veroordeeld tot een geldboete, subsidiair hechtenis en ontzegging van de rijbevoegdheid.
De herzieningsaanvraag berustte op een verklaring van de verzekeraar FBTO, waaruit bleek dat het voertuig op de pleegdatum verzekerd was. De Advocaat-Generaal concludeerde dat dit gegeven niet als een nieuw gegeven in de zin van art. 457 lid 1 sub c Sv Pro kon worden aangemerkt omdat dezelfde verklaring al vóór het vonnis aan de kantonrechter bekend was.
De Hoge Raad bevestigde deze conclusie en oordeelde dat het gegeven niet het ernstige vermoeden wekt dat bij bekendheid de aanvrager vrijgesproken of ontslagen van rechtsvervolging zou zijn. De aanvraag werd daarom afgewezen. De Hoge Raad wees tevens op de mogelijkheid van een gratieverzoek.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af omdat het aangevoerde gegeven niet als nieuw en onbekend voor de kantonrechter kan worden beschouwd.