Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
20 februari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een poging tot afpersing en/of diefstal met geweld in vereniging, waarbij het slachtoffer, een maaltijdbezorger, door steekwonden om het leven kwam. De verdachte had via valse bestellingen het slachtoffer naar een locatie gelokt waar de overval plaatsvond.
Het hof stelde vast dat de verdachte opzettelijk gelegenheid had verschaft en behulpzaam was bij de misdrijfuitvoering door het plaatsen van een valse bestelling met gebruik van zijn mobiele telefoon en het IP-adres van zijn stiefbroer. Hoewel de verdachte niet fysiek bij de overval aanwezig was, aanvaardde hij bewust de aanmerkelijke kans op het gebruik van geweld.
De Hoge Raad bevestigde dat voor medeplichtigheid opzet vereist is, maar dat dit opzet niet gericht hoeft te zijn op de precieze wijze van het gepleegde delict. Het hof had het opzet van de verdachte voldoende gemotiveerd bewezen verklaard. Wel werd de gevangenisstraf verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld voor medeplichtigheid aan poging tot afpersing met geweld met dodelijke afloop, met een gevangenisstraf van vier jaar en vijf maanden.