ECLI:NL:HR:2008:BC0780
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof en terugwijzing zaak over medeplichtigheid bij poging moord met vuurwapen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden waarin verdachte werd vrijgesproken van medeplichtigheid aan poging moord/doodslag met een vuurwapen. De tenlastelegging omvatte medeplegen en medeplichtigheid aan poging moord/doodslag en zware mishandeling met voorbedachten rade.
Het hof sprak verdachte vrij omdat niet overtuigend kon worden bewezen dat verdachte zelf had geschoten of wist van het vuurwapen binnen de groep. Het hof stelde daarbij onterecht als eis dat het opzet van verdachte gericht moest zijn op de wijze van uitvoering van het misdrijf, namelijk het gebruik van het vuurwapen.
De Hoge Raad oordeelt dat voor medeplichtigheid het opzet van verdachte op het misdrijf vereist is, maar niet op de precieze wijze van uitvoering. Ook is het niet noodzakelijk dat uit bewijs blijkt wie precies heeft geschoten, zolang het opzet op het misdrijf als zodanig kan worden bewezen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor nieuwe berechting op het bestaande hoger beroep. De zaak bevat complexe bewijsvragen over het opzet en de betrokkenheid van verdachte bij het schietincident.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.