Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
20 februari 2018.
Hoge Raad
In deze strafzaak tegen verdachte, geboren in 1993, was een cassatieberoep ingesteld tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De advocaat van verdachte had middelen van cassatie ingediend en de Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot gedeeltelijke vernietiging van de strafoplegging.
Voordat de Advocaat-Generaal zijn conclusie bij de Hoge Raad ter terechtzitting kon nemen, werd het cassatieberoep door de verdediging ingetrokken. Door een administratieve vergissing is de conclusie van de Advocaat-Generaal desondanks toch genomen en openbaar gemaakt.
De Hoge Raad heeft bij arrest vastgesteld dat het beroep als ingetrokken moet worden beschouwd en heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld. Dit arrest bevestigt dat de intrekking van het beroep rechtsgeldig is ondanks de administratieve fout, en dat het beroep derhalve niet-ontvankelijk is.
De zaak hangt samen met een andere procedure (nr. 16/04417 A) waarin geen middelen zijn ingediend en die niet is gepubliceerd.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ingetrokken en daarom niet-ontvankelijk verklaard.