Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
20 februari 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het geschil betreft een bijzondere voorwaarde opgelegd door het hof, die de verdachte verplichtte een geldbedrag van € 500,- te storten op de rekening van het Schadefonds geweldsmisdrijven uiterlijk op 24 mei 2016.
De verdachte voerde aan dat hij op het moment van het verstrijken van die termijn nog niet als veroordeelde kon worden aangemerkt omdat hij cassatie had ingesteld. De Hoge Raad constateerde dat het hof kennelijk bij vergissing had nagelaten de stortingstermijn te verbinden aan het moment waarop de uitspraak vatbaar is voor tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad verbeterde daarom de bijzondere voorwaarde door te bepalen dat de storting binnen veertien dagen na de vatbaarheid voor tenuitvoerlegging moet plaatsvinden. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. Hiermee blijft het arrest van het hof in stand, met de aangepaste voorwaarde.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 20 februari 2018, waarbij de vice-president de Hullu als voorzitter en de raadsheren van de Griend en Borgers het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verbetert de bijzondere voorwaarde door de stortingstermijn te verbinden aan de vatbaarheid voor tenuitvoerlegging en verwerpt het cassatieberoep verder.