Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Beoordeling van het tweede middel
5.Beoordeling van het derde middel
6.Beslissing
9 januari 2018.
Hoge Raad
In deze zaak werd verdachte verdacht van oplichting door middel van een samenweefsel van verdichtsels, waarbij hij bij een fietsenwinkel en een banketbakkerij goederen wist te verkrijgen zonder betaling. Het hof had vastgesteld dat verdachte zich voordeed als bonafide klant, maar door leugenachtige mededelingen de afgifte van twee fietsen en diverse banketproducten wist te bewerkstelligen.
De Hoge Raad herhaalt dat een samenweefsel van verdichtsels bestaat uit meerdere leugenachtige uitingen die samen een onjuiste voorstelling van zaken creëren. Het hof had geoordeeld dat verdachte bewust niet betaalde en de fietsen doorverkocht, en dat hij bij de banketbakkerij een valse naam, adres en telefoonnummer gebruikte om gebak en bonbons te verkrijgen zonder af te rekenen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en dat de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd is. Ook de omzichtigheid die in het maatschappelijk verkeer wordt verlangd, leidt niet tot een ander oordeel. Het cassatieberoep wordt verworpen en de strafoplegging bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.