ECLI:NL:HR:2018:286

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 februari 2018
Publicatiedatum
23 februari 2018
Zaaknummer
17/00476
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 154 Rv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele zaak over gerechtelijke erkenning en tussenvonnis

In deze civiele procedure stond de vraag centraal of sprake was van gerechtelijke erkenning in de zin van artikel 154 Rv Pro en of het hof terecht een tussenvonnis had vernietigd zonder dat daartegen hoger beroep was ingesteld.

De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met meerdere vonnissen en vervolgde bij het gerechtshof Amsterdam met diverse arresten. AB Document B.V. stelde cassatieberoep in tegen drie arresten van het hof, maar Stichting Administratiekantoor FMI-V.T.U. Groep verzocht tot verwerping van dit beroep.

De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.

Het beroep werd verworpen en AB werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018.

Uitkomst: Het cassatieberoep van AB Document B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

23 februari 2018
Eerste Kamer
17/00476
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
AB DOCUMENT B.V.,
gevestigd te Utrecht,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR FMI-V.T.U. GROEP,
gevestigd te Bergen op Zoom,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. M. den Besten.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als AB en STAK.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/13/496150/HA ZA 11-2259 van de rechtbank Amsterdam van 2 november 2011, 14 maart 2012 en 23 januari 2013;
b. de arresten in de zaak 200.133.624/01 van het gerechtshof Amsterdam van 9 september 2014, 21 april 2015, 16 juni 2015 en 18 oktober 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 21 april 2015,16 juni 2015 en 18 oktober 2016 heeft AB beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
STAK heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van AB heeft bij brief van22 december 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt AB in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van STAK begroot op € 2.672,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.H. Sieburgh en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
23 februari 2018.