Uitspraak
gevestigd te Utrecht,
gevestigd te Bergen op Zoom,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 februari 2018.
Hoge Raad
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of sprake was van gerechtelijke erkenning in de zin van artikel 154 Rv Pro en of het hof terecht een tussenvonnis had vernietigd zonder dat daartegen hoger beroep was ingesteld.
De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam met meerdere vonnissen en vervolgde bij het gerechtshof Amsterdam met diverse arresten. AB Document B.V. stelde cassatieberoep in tegen drie arresten van het hof, maar Stichting Administratiekantoor FMI-V.T.U. Groep verzocht tot verwerping van dit beroep.
De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Het beroep werd verworpen en AB werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Het arrest werd gewezen door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 23 februari 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep van AB Document B.V. wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.