Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
13 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake meervoudig witwassen. De verdachte werd eerder door het hof veroordeeld op grond van art. 420bis.1.b Sr. De advocaat van verdachte stelde middelen van cassatie voor gericht op bewijs en opzet.
De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat er geen noodzaak was tot nadere motivering, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting. Hiermee is het cassatieberoep definitief verworpen, waarmee de eerdere uitspraak van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, waardoor de veroordeling voor meervoudig witwassen in stand blijft.