ECLI:NL:HR:2018:334

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 maart 2018
Publicatiedatum
13 maart 2018
Zaaknummer
16/02057
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in ontnemingszaak wegens hennepteelt

De zaak betreft een cassatieberoep van betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 27 mei 2015, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepteelt werd toegewezen. Betrokkene stelde dat de schriftelijke volmacht aan de griffier niet duidelijk was gericht op het instellen van cassatieberoep in een ontnemingszaak en dat de cassatie-akte te laat was opgemaakt.

De Hoge Raad oordeelde dat de schriftelijke volmacht voldoende duidelijk was en dat de te late opmaak van de cassatie-akte een ambtelijk verzuim betrof dat niet aan betrokkene kon worden toegerekend. Hierdoor werd betrokkene ontvankelijk verklaard in zijn cassatieberoep ondanks de verschoonbare termijnoverschrijding.

De inhoudelijke middelen van het cassatieberoep werden echter niet gegrond bevonden en konden niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd op 13 maart 2018 gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, waarna het beroep werd verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

13 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/02057 P
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 27 mei 2015, nummer 22/002089-12, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
13 maart 2018.