Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 5 september 2017, nr. 16/00846, betreffende de aan belanghebbende in rekening gebrachte kosten van vervolging.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende kosten van vervolging. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende meerdere malen gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een betalingstermijn gesteld.
Belanghebbende heeft het griffierecht niet voldaan en heeft ook niet gereageerd op de verzoeken om opheldering over het niet betalen. De aangevoerde bezwaren over de bezorging van aangetekende brieven zijn niet gegrond bevonden.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb is het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en heeft de beslissing in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.