Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Ontvanger)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende ontving een voorlopige aanslag inkomstenbelasting van €254 en een aanmaning met €7 aanmaningskosten. Na uitblijven van betaling stuurde de ontvanger een dwangbevel met €51 aan betekeningskosten. Belanghebbende betaalde €261 op 1 mei 2015, maar ontving het dwangbevel op 4 mei 2015.
Belanghebbende betwistte de aanmaning niet, maar stelde deze niet te hebben ontvangen. Het hof oordeelde dat het vermoeden van ontvangst niet was ontzenuwd, mede omdat belanghebbende de aanmaningskosten toch betaalde en geen geloofwaardige verklaring gaf.
Verder oordeelde het hof dat betaling op het moment van bijschrijving op de rekening van de ontvanger plaatsvindt, dus op 4 mei 2015. Omdat het dwangbevel op 1 mei 2015 was betekend, was de betaling niet tijdig om de betekeningskosten te vermijden.
De kosten van betekening waren niet in strijd met de wet en daarom terecht in rekening gebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt dat de betekeningskosten terecht zijn opgelegd.