Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
16 januari 2018.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verstek was verleend wegens niet-verschijnen van de verdachte. De klacht betrof het ontbreken van toezending van een afschrift van de appeldagvaarding aan het kantooradres van de raadsvrouw, terwijl deze dat adres had opgegeven bij een schriftelijk verzoek om het procesdossier.
De Hoge Raad oordeelt dat het kantooradres van de raadsvrouw, opgegeven bij een verzoek om het dossier, niet automatisch geldt als het adres waarop de appeldagvaarding moet worden verzonden conform art. 588a lid 1 sub c Sv. Deze opvatting vindt geen steun in de wet of eerdere rechtspraak, waaronder HR 19 december 2017 (ECLI:NL:HR:2017:3190).
De klacht faalt derhalve en het cassatieberoep wordt verworpen. De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot nadere motivering omdat de overige middelen geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en vier raadsheren, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 16 januari 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het verstekverlof door het hof.