Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2017, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag inzake een naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 2005 tot en met 31 december 2007 had behandeld.
De Hoge Raad ontving de klachten van belanghebbende en het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën, waarna belanghebbende een conclusie van repliek indiende. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de klachten niet tot cassatie konden leiden, omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag daarom geen aanleiding tot nadere motivering en wees het beroep in cassatie af. Tevens werden geen proceskosten opgelegd. Het arrest werd op 23 maart 2018 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.