Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Roermond,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 maart 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de moeder cassatie ingesteld tegen de beschikking van het gerechtshof 's-Hertogenbosch die de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bevestigde. De zaak betreft een geschil tussen de moeder en de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg over de uithuisplaatsing van een minderjarige.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank Limburg en het gerechtshof 's-Hertogenbosch en constateert dat de moeder geen nieuwe gronden heeft aangevoerd die tot cassatie kunnen leiden. De gecertificeerde instelling heeft geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de moeder niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.