Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Enschede,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
23 maart 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot cassatie tegen een beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden over onderbewindstelling en de opheffing daarvan, zoals geregeld in het personen- en familierecht. De verzoeker heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de beschikking van het hof, nadat de kantonrechter te Enschede eerder een beschikking had gegeven.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de kantonrechter en het hof en constateert dat de klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie. De advocaat-generaal heeft geadviseerd het beroep te verwerpen, waarop de verzoeker heeft gereageerd.
Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) acht de Hoge Raad nadere motivering niet noodzakelijk, omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt daarmee de beschikking van het hof. De uitspraak is gedaan door de raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van het hof.