Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 5 september 2017, waarin het hoger beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2012 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard.
Het arrest is op 30 maart 2018 in het openbaar gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, samen met de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel.