Belanghebbende, een Nederlandse beleggingsvennootschap met een Nederlandse aandeelhouder, stelde dat zij vanaf 9 juli 2004 onder het belastingverdrag Nederland-Singapore als inwoner van Singapore moest worden beschouwd. Het hof oordeelde echter dat belanghebbende inwoner bleef van Nederland, omdat zij feitelijk vanuit Nederland werd geleid en bestuurd.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verduidelijkte dat de uitdrukking 'geleid en bestuurd' in het verdrag moet worden uitgelegd als de plaats waar de kernbeslissingen worden genomen, waar de eindverantwoordelijkheid ligt en van waaruit instructies worden gegeven. De dagelijkse leiding is daarbij niet bepalend.
Het hof baseerde zijn oordeel op onder meer de statuten van belanghebbende, de feitelijke bestuurspraktijk vóór en na 9 juli 2004, de vermogensbeheerovereenkomst en de beperkte rol van de formele bestuurders in Singapore. De Hoge Raad vond deze feitenwaardering niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatiemiddel.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.