Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 16 september 2014, nr. 13/01165, na beantwoording van de door de Hoge Raad aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde vragen.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Belanghebbende, woonachtig in Nederland en werkzaam in loondienst bij een Nederlandse werkgever, nam gedurende drie maanden onbetaald verlof. Tijdens deze periode verrichtte zij werkzaamheden in loondienst in Oostenrijk. De vraag was welke socialezekerheidswetgeving van toepassing is tijdens deze periode.
De Hoge Raad stelde prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, dat oordeelde dat een persoon die in één lidstaat woont en werkt, maar tijdens onbetaald verlof in een andere lidstaat werkt, als werkzaam in beide lidstaten moet worden beschouwd indien de werkzaamheden in de tweede lidstaat gewoonlijk en van betekenis zijn.
De Hoge Raad concludeerde dat belanghebbende ook tijdens het onbetaald verlof de hoedanigheid van werknemer in Nederland behield en dat de werkzaamheden in Oostenrijk gewoonlijk en van betekenis waren. Daarom is de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing en is de aanslag correct. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de toepassing van de Nederlandse socialezekerheidswetgeving tijdens onbetaald verlof met werkzaamheden in Oostenrijk.